NEDERLANDS
🇬🇧

    Vervroegen

    B2uncommonZipf 2.5

    werkwoord

    • vervroegen

      Verb/vər'vruɣən; vər'vruɣə/

      infinitief

      vervroegen

      tegenwoordige tijd

      vervroegvervroegtvervroegen

      verleden tijd

      vervroegdevervroegden

      tegenwoordig deelwoord

      vervroegendvervroegende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning