NEDERLANDS
🇬🇧

    Vingeren

    uncommonZipf 2.4

    werkwoord

    • vingeren

      Verb/'vɪŋərən; 'vɪŋərə/

      infinitief

      vingeren

      tegenwoordige tijd

      vingervingertvingeren

      verleden tijd

      vingerdevingerden

      tegenwoordig deelwoord

      vingerendvingerende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning