NEDERLANDS
🇬🇧

    Visiteren

    uncommonZipf 2.2

    werkwoord

    • visiteren

      Verb/vizi'terən; vizi'terə/

      infinitief

      visiteren

      tegenwoordige tijd

      visiteervisiteertvisiteren

      verleden tijd

      visiteerdevisiteerden

      tegenwoordig deelwoord

      visiterendvisiterende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning