Vlieger
B1commonZipf 3.6
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord
de vlieger
Common noun/'vliɣər/enkelvoud
vliegervliegertjemeervoud
vliegersvliegertjesvliegeren
Verb/'vliɣərən; 'vliɣərə/infinitief
vliegerentegenwoordige tijd
vliegervliegertvliegerenverleden tijd
vliegerdevliegerdentegenwoordig deelwoord
vliegerendvliegerende
Create a free account to generate the full entry for this word.
Free. No password.