Voeg
commonZipf 3.7
verbinden; schikken; zelfstandig naamwoord, enkelvoud; voegen opvullen
voegen
Verb/'vuɣən; 'vuɣə/verbinden; schikken
infinitief
voegentegenwoordige tijd
voegvoegtvoegenverleden tijd
voegdevoegdentegenwoordig deelwoord
voegendvoegendede voeg
Common noun/'vux/enkelvoud
voegvoegjemeervoud
voegenvoegjesvoegen
Verb/'vuɣən; 'vuɣə/voegen opvullen
infinitief
voegentegenwoordige tijd
voegvoegtvoegenverleden tijd
voegdevoegdentegenwoordig deelwoord
voegendvoegende
Create a free account to generate the full entry for this word.
Free. No password.