NEDERLANDS
🇬🇧

    Volladen

    B2uncommonZipf 1.8

    werkwoord

    • volladen

      Verb/'vɔladən; 'vɔladə/

      infinitief

      volladen

      tegenwoordige tijd

      laad volvollaadlaadt volvollaadtladen volvolladen

      verleden tijd

      laadde volvollaaddelaadden volvollaadden

      tegenwoordig deelwoord

      volladendvolladende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning