Voller
vol
Adjectivehelemaal gevuld
- gevuld tot de rand, zonder lege ruimteDe emmer is gevuld met zand.
- helemaal bezet, zonder vrije plaatsenDe trein is bezet.
- rijk aan iets, veel van iets bevattendNederland is rijk aan waterwegen.
- niet meer in staat om iets te doen of te voelenIk ben verzadigd van alle indrukken na de museumtour.
vollen
Verbvol maken
- vilt maken van wol of andere vezels door deze te bewerken met water, zeep en wrijvingIk vilt de wol om een mooie muts te maken.
- door veelvuldig gebruik of wrijving dichter en steviger maken (van stoffen)Mijn favoriete trui slijt aan de ellebogen.