NEDERLANDS
🇬🇧

    Volschieten

    uncommonZipf 2.0

    werkwoord

    • volschieten

      Verb/'vɔlsxitən; 'vɔlsxitə/

      infinitief

      volschieten

      tegenwoordige tijd

      schiet volvolschietschieten volvolschieten

      verleden tijd

      schoot volvolschootschoten volvolschoten

      tegenwoordig deelwoord

      volschietendvolschietende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning