NEDERLANDS
🇬🇧

    Volvoeren

    uncommonZipf 1.8

    werkwoord

    • volvoeren

      Verb/vɔl'vurən; vɔl'vurə/

      infinitief

      volvoeren

      tegenwoordige tijd

      volvoervolvoertvolvoeren

      verleden tijd

      volvoerdevolvoerden

      tegenwoordig deelwoord

      volvoerendvolvoerende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning