Voorbijpraat
uncommonZipf 2.2
werkwoord
voorbijpraten
Verb/vor'bɛɪpratən; vor'bɛɪpratə/infinitief
voorbijpratentegenwoordige tijd
praat voorbijvoorbijpraatpraten voorbijvoorbijpratenverleden tijd
praatte voorbijvoorbijpraattepraatten voorbijvoorbijpraattentegenwoordig deelwoord
voorbijpratendvoorbijpratende
Create a free account to generate the full entry for this word.
Free. No password.