Voordoe
uncommonZipf 2.3
tonen; voorkomen; zich houden
voordoen
Verb/'vordun/tonen; voorkomen; zich houden
infinitief
voordoentegenwoordige tijd
doe voorvoordoedoet voorvoordoetdoen voorvoordoenverleden tijd
deed voorvoordeeddeden voorvoordedentegenwoordig deelwoord
voordoendvoordoende
Create a free account to generate the full entry for this word.
Free. No password.