NEDERLANDS
🇬🇧

    Voorgeleid

    uncommonZipf 2.7

    werkwoord; werkwoord

    • voorgeleiden

      Verb/'vorɣəlɛɪdən; 'vorɣəlɛɪdə/

      infinitief

      voorgeleiden

      tegenwoordige tijd

      geleid voorvoorgeleidgeleidt voorvoorgeleidtgeleiden voorvoorgeleiden

      verleden tijd

      geleidde voorvoorgeleiddegeleidden voorvoorgeleidden

      tegenwoordig deelwoord

      voorgeleidendvoorgeleidende
    • voorleiden

      Verb/'vorlɛɪdən; 'vorlɛɪdə/

      infinitief

      voorleiden

      tegenwoordige tijd

      leid voorvoorleidleidt voorvoorleidtleiden voorvoorleiden

      verleden tijd

      leidde voorvoorleiddeleidden voorvoorleidden

      tegenwoordig deelwoord

      voorleidendvoorleidende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.