NEDERLANDS
🇬🇧

    Voorgeschoteld

    uncommonZipf 2.3

    werkwoord

    • voorschotelen

      Verb/'vorsxotələn; 'vorsxotələ/

      infinitief

      voorschotelen

      tegenwoordige tijd

      schotel voorvoorschotelschotelt voorvoorschoteltschotelen voorvoorschotelen

      verleden tijd

      schotelde voorvoorschoteldeschotelden voorvoorschotelden

      tegenwoordig deelwoord

      voorschotelendvoorschotelende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning