Voorgeschoteld
uncommonZipf 2.3
werkwoord
voorschotelen
Verb/'vorsxotələn; 'vorsxotələ/infinitief
voorschotelentegenwoordige tijd
schotel voorvoorschotelschotelt voorvoorschoteltschotelen voorvoorschotelenverleden tijd
schotelde voorvoorschoteldeschotelden voorvoorschoteldentegenwoordig deelwoord
voorschotelendvoorschotelende
Create a free account to generate the full entry for this word.
Free. No password.