NEDERLANDS
🇬🇧

    Voorgeven

    B1uncommonZipf 1.8

    werkwoord

    • voorgeven

      Verb/'vorɣevən; 'vorɣevə/

      infinitief

      voorgeven

      tegenwoordige tijd

      geef voorvoorgeefgeeft voorvoorgeeftgeven voorvoorgeven

      verleden tijd

      gaf voorvoorgafgaven voorvoorgaven

      tegenwoordig deelwoord

      voorgevendvoorgevende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.