Voorgeven
B1uncommonZipf 1.8
werkwoord
voorgeven
Verb/'vorɣevən; 'vorɣevə/infinitief
voorgeventegenwoordige tijd
geef voorvoorgeefgeeft voorvoorgeeftgeven voorvoorgevenverleden tijd
gaf voorvoorgafgaven voorvoorgaventegenwoordig deelwoord
voorgevendvoorgevende
Create a free account to generate the full entry for this word.
Free. No password.