NEDERLANDS
🇬🇧

    Voorhebben

    uncommonZipf 2.3

    werkwoord

    • voorhebben

      Verb/'vorhɛbən; 'vorhɛbə/

      /aanhebben-of-aan-hebben

      infinitief

      voorhebben

      tegenwoordige tijd

      heb voorvoorhebhebt voorvoorhebtheeft voorvoorheefthebben voorvoorhebben

      verleden tijd

      had voorvoorhadhadden voorvoorhadden

      tegenwoordig deelwoord

      voorhebbendvoorhebbende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning