NEDERLANDS
🇬🇧

    Voorlezen

    A2top5000Zipf 4.0

    werkwoord

    • voorlezen

      Verb/'vorlezən; 'vorlezə/

      infinitief

      voorlezen

      tegenwoordige tijd

      lees voorvoorleesleest voorvoorleestlezen voorvoorlezen

      verleden tijd

      las voorvoorlaslazen voorvoorlazen

      tegenwoordig deelwoord

      voorlezendvoorlezende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.