Voorlezen
A2top5000Zipf 4.0
werkwoord
voorlezen
Verb/'vorlezən; 'vorlezə/infinitief
voorlezentegenwoordige tijd
lees voorvoorleesleest voorvoorleestlezen voorvoorlezenverleden tijd
las voorvoorlaslazen voorvoorlazentegenwoordig deelwoord
voorlezendvoorlezende
Create a free account to generate the full entry for this word.
Free. No password.