NEDERLANDS
🇬🇧

    Voorspiegelen

    uncommonZipf 2.0

    werkwoord

    • voorspiegelen

      Verb/'vorspiɣələn; 'vorspiɣələ/

      infinitief

      voorspiegelen

      tegenwoordige tijd

      spiegel voorvoorspiegelspiegelt voorvoorspiegeltspiegelen voorvoorspiegelen

      verleden tijd

      spiegelde voorvoorspiegeldespiegelden voorvoorspiegelden

      tegenwoordig deelwoord

      voorspiegelendvoorspiegelende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning