NEDERLANDS
🇬🇧

    Voortmaakt

    uncommonZipf 2.0

    werkwoord

    • voortmaken

      Verb/'vortmakən; 'vortmakə/

      infinitief

      voortmaken

      tegenwoordige tijd

      maak voortvoortmaakmaakt voortvoortmaaktmaken voortvoortmaken

      verleden tijd

      maakte voortvoortmaaktemaakten voortvoortmaakten

      tegenwoordig deelwoord

      voortmakendvoortmakende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning