NEDERLANDS
🇬🇧

    Voortrekken

    uncommonZipf 2.5

    werkwoord

    • voortrekken

      Verb/'vortrɛkən; 'vortrɛkə/

      infinitief

      voortrekken

      tegenwoordige tijd

      trek voorvoortrektrekt voorvoortrekttrekken voorvoortrekken

      verleden tijd

      trok voorvoortroktrokken voorvoortrokken

      tegenwoordig deelwoord

      voortrekkendvoortrekkende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning