NEDERLANDS
🇬🇧

    Vooruitkijken

    uncommonZipf 2.3

    werkwoord

    • vooruitkijken

      Verb/vo'rœytkɛɪkən; vo'rœytkɛɪkə/

      infinitief

      vooruitkijken

      tegenwoordige tijd

      kijk vooruitvooruitkijkkijkt vooruitvooruitkijktkijken vooruitvooruitkijken

      verleden tijd

      keek vooruitvooruitkeekkeken vooruitvooruitkeken

      tegenwoordig deelwoord

      vooruitkijkendvooruitkijkende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning