NEDERLANDS
🇬🇧

    Voorverkoop

    uncommonZipf 2.1

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de voorverkoop

      Common noun/'vorvərkop/

      enkelvoud

      voorverkoop

      meervoud

      voorverkopen
    • voorverkopen

      Verb/'vorvərkopən; 'vorvərkopə/

      infinitief

      voorverkopen

      tegenwoordige tijd

      verkoop voorvoorverkoopverkoopt voorvoorverkooptverkopen voorvoorverkopen

      verleden tijd

      verkocht voorvoorverkochtverkochten voorvoorverkochten

      tegenwoordig deelwoord

      voorverkopendvoorverkopende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning