Voorzeggen
uncommonZipf 2.4
voorspellen; influisteren
voorzeggen
Verb/vor'zɛɣən; vor'zɛɣə/voorspellen
verleden tijd
voorzeivoorzegdevoorzegdenvoorzeidentegenwoordig deelwoord
voorzeggendvoorzeggendevoltooid deelwoord
voorzegdgebiedende wijs
voorzegvoorzeggen
Verb/'vorzɛɣən; 'vorzɛɣə/influisteren
infinitief
voorzeggentegenwoordige tijd
zeg voorvoorzegzegt voorvoorzegtzeggen voorvoorzeggenverleden tijd
zegde voorzei voorvoorzegdevoorzeizegden voorzeiden voorvoorzegdenvoorzeidentegenwoordig deelwoord
voorzeggendvoorzeggende
Create a free account to generate the full entry for this word.
Free. No password.