Voorzitten
werkwoord
voorzitten
Verb/'vorzɪtən; 'vorzɪtə/infinitief
voorzittentegenwoordige tijd
zit voorvoorzitzitten voorvoorzittenverleden tijd
zat voorvoorzatzaten voorvoorzatentegenwoordig deelwoord
voorzittendvoorzittende
Create a free account to generate the full entry for this word.
Free. No password.