NEDERLANDS
🇬🇧

    Vrijmaken

    B1commonZipf 3.4

    werkwoord

    • vrijmaken

      Verb/'vrɛɪmakən; 'vrɛɪmakə/

      infinitief

      vrijmaken

      tegenwoordige tijd

      maak vrijvrijmaakmaakt vrijvrijmaaktmaken vrijvrijmaken

      verleden tijd

      maakte vrijvrijmaaktemaakten vrijvrijmaakten

      tegenwoordig deelwoord

      vrijmakendvrijmakende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.