Vrijmaken
B1commonZipf 3.4
werkwoord
vrijmaken
Verb/'vrɛɪmakən; 'vrɛɪmakə/infinitief
vrijmakentegenwoordige tijd
maak vrijvrijmaakmaakt vrijvrijmaaktmaken vrijvrijmakenverleden tijd
maakte vrijvrijmaaktemaakten vrijvrijmaaktentegenwoordig deelwoord
vrijmakendvrijmakende
Create a free account to generate the full entry for this word.
Free. No password.