Wasten
uncommonZipf 2.4
met was bestrijken; schoonmaken
wassen
Verb/'wɑsən; 'wɑsə/met was bestrijken
infinitief
wassentegenwoordige tijd
waswastwassenverleden tijd
wastewastentegenwoordig deelwoord
wassendwassendewassen
Verb/'wɑsən; 'wɑsə/schoonmaken
infinitief
wassentegenwoordige tijd
waswastwassenverleden tijd
wastewastentegenwoordig deelwoord
wassendwassende
Create a free account to generate the full entry for this word.
Free. No password.