Weekeinde
B2commonZipf 3.1
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord
het weekeinde
Common noun/'wekɛɪndə/enkelvoud
weekeindemeervoud
weekeindenweekeindesweekeinden
Verb/'wekɛɪndən; 'wekɛɪndə/infinitief
weekeindentegenwoordige tijd
weekeindweekeindtweekeindenverleden tijd
weekeinddeweekeinddentegenwoordig deelwoord
weekeindendweekeindende
Create a free account to generate the full entry for this word.
Free. No password.