NEDERLANDS
🇬🇧

    Wegbreken

    uncommonZipf 1.8

    werkwoord

    • wegbreken

      Verb/'wɛɣbrekən; 'wɛɣbrekə/

      infinitief

      wegbreken

      tegenwoordige tijd

      breek wegwegbreekbreekt wegwegbreektbreken wegwegbreken

      verleden tijd

      brak wegwegbrakbraken wegwegbraken

      tegenwoordig deelwoord

      wegbrekendwegbrekende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning