Weggen
weg
Adverbop pad zijn
- in een andere richting, niet langer hier aanwezig zijnHij is afwezig.
- verder van een bepaalde plaats afDe afstand tot het winkelcentrum is kort.
- afgezonderd of verloren geraakt zijnDe sleutel is verdwenen.
deweg
Common nounpad of straat
- pad of straat die men gebruikt om van de ene naar de andere plaats te komenHet pad naar het park is vol met bloemen.
- richting waarin men gaat of iets zich bevindtDe richting is naar het noorden.
- afstand van een plek, vaak gebruikt in zinnen als 'de weg kwijt zijn'De afstand naar het station is niet ver.
- schikking of gang van zakenIedereen volgt zijn eigen gang.
deweg
Common nounafstand naar huis
- een pad of straat waar voertuigen of mensen over kunnen bewegenHet verkeer op de weg is vaak chaotisch.
- richting, methode om ergens te komenIk weet welke richting we moeten volgen.
- iets dat verwijderd of niet meer aanwezig isHij is afwezig op school.
- stille of kleine straatDe straat is smal en rustig.