NEDERLANDS
🇬🇧

    Weglegt

    uncommonZipf 2.3

    werkwoord

    • wegleggen

      Verb/'wɛxlɛɣən; 'wɛxlɛɣə/

      infinitief

      wegleggen

      tegenwoordige tijd

      leg wegwegleglegt wegweglegtleggen wegwegleggen

      verleden tijd

      legde wegweglegdelegden wegweglegden

      tegenwoordig deelwoord

      wegleggendwegleggende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning