NEDERLANDS
🇬🇧

    Wegschieten

    uncommonZipf 2.3

    werkwoord

    • wegschieten

      Verb/'wɛxsxitən; 'wɛxsxitə/

      infinitief

      wegschieten

      tegenwoordige tijd

      schiet wegwegschietschieten wegwegschieten

      verleden tijd

      schoot wegwegschootschoten wegwegschoten

      tegenwoordig deelwoord

      wegschietendwegschietende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning