NEDERLANDS
🇬🇧

    Wegteren

    uncommonZipf 2.4

    werkwoord

    • wegteren

      Verb/'wɛxterən; 'wɛxterə/

      infinitief

      wegteren

      tegenwoordige tijd

      teer wegwegteerteert wegwegteertteren wegwegteren

      verleden tijd

      teerde wegwegteerdeteerden wegwegteerden

      tegenwoordig deelwoord

      wegterendwegterende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning