Witten
uncommonZipf 2.6
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord
het wit
Common noun/'wɪt/enkelvoud
witwitjemeervoud
wittenwitjeswitten
Verb/'wɪtən; 'wɪtə/infinitief
wittentegenwoordige tijd
witwittenverleden tijd
wittewittentegenwoordig deelwoord
wittendwittende
Create a free account to generate the full entry for this word.
Free. No password.