NEDERLANDS
🇬🇧

    Woensdags

    uncommonZipf 2.6

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; adjectief; bijwoord

    • de woensdag

      Common noun/'wunzdɑx/

      enkelvoud

      woensdag

      meervoud

      woensdagen
    • woensdags

      Adjective/'wunzdɑxs/

      /zaterdag-of-op-zaterdag-of-s-zaterdags,/zaterdags-of-s-zaterdags

      stellende trap

      woensdagswoensdagse
    • woensdags

      Adverb/'wunzdɑxs/

      ~

      woensdags

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.