NEDERLANDS
🇬🇧

    Zender

    B1top5000Zipf 4.2

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de zender

      Common noun/'zɛndər/

      enkelvoud

      zenderzendertje

      meervoud

      zenderszendertjes
    • zenderen

      Verb/'zɛndərən; 'zɛndərə/

      infinitief

      zenderen

      tegenwoordige tijd

      zenderzendertzenderen

      verleden tijd

      zenderdezenderden

      tegenwoordig deelwoord

      zenderendzenderende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning