Zoom
commonZipf 3.6
rand; zoomlens; werkwoord
de zoom
Common noun/'zom/rand
enkelvoud
zoomzoompjemeervoud
zomenzoompjesde zoom
Common noun/'zum/zoomlens
enkelvoud
zoomzoompjemeervoud
zoomszoompjeszomen
Verb/'zomən; 'zomə/infinitief
zomentegenwoordige tijd
zoomzoomtzomenverleden tijd
zoomdezoomdentegenwoordig deelwoord
zomendzomendezoomen
Verb/'zumən; 'zumə/een zoomlens gebruiken
infinitief
zoomentegenwoordige tijd
zoomzoomtzoomenverleden tijd
zoomdezoomdentegenwoordig deelwoord
zoomendzoomendezoomen
Verb/'zumən; 'zumə/videobellen via Zoom
In samenstellingen met en afleidingen van deze eigennaam zijn zowel de hoofdletter als de kleine letter mogelijk. Afgeleide werkwoorden (en de vervoegingen) krijgen altijd een kleine letter.
infinitief
zoomentegenwoordige tijd
zoomzoomtzoomenverleden tijd
zoomdezoomdentegenwoordig deelwoord
zoomendzoomende
Create a free account to generate the full entry for this word.
Free. No password.