NEDERLANDS
🇬🇧

    Zweden

    commonZipf 3.7

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de Zweed

      Common noun/'zwet/

      enkelvoud

      Zweed

      meervoud

      Zweden
    • zweden

      Verb/'zwedən; 'zwedə/

      infinitief

      zweden

      tegenwoordige tijd

      zweedzweedtzweden

      verleden tijd

      zweeddezweedden

      tegenwoordig deelwoord

      zwedendzwedende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.