Zwenken
uncommonZipf 2.3
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord
de zwenk
Common noun/'zwɛŋk/enkelvoud
zwenkmeervoud
zwenkenzwenken
Verb/'zwɛŋkən; 'zwɛŋkə/infinitief
zwenkentegenwoordige tijd
zwenkzwenktzwenkenverleden tijd
zwenktezwenktentegenwoordig deelwoord
zwenkendzwenkende
Create a free account to generate the full entry for this word.
Free. No password.