NEDERLANDS
🇬🇧

    Zwepen

    uncommonZipf 2.7

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de zweep

      Common noun/'zwep/

      enkelvoud

      zweepzweepje

      meervoud

      zwepenzweepjes
    • zwepen

      Verb/'zwepən; 'zwepə/

      infinitief

      zwepen

      tegenwoordige tijd

      zweepzweeptzwepen

      verleden tijd

      zweeptezweepten

      tegenwoordig deelwoord

      zwependzwepende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.