NEDERLANDS
🇬🇧

    Zwiepen

    A2uncommonZipf 2.0

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de zwiep

      Common noun/'zwip/

      enkelvoud

      zwiepzwiepje

      meervoud

      zwiepenzwiepjes
    • zwiepen

      Verb/'zwipən; 'zwipə/

      infinitief

      zwiepen

      tegenwoordige tijd

      zwiepzwieptzwiepen

      verleden tijd

      zwieptezwiepten

      tegenwoordig deelwoord

      zwiependzwiepende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.