NEDERLANDS
🇪🇸

    Aanvaart

    uncommonZipf 2.1

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de aanvaart

      Sustantivo/'anvart/

      enkelvoud

      aanvaart

      meervoud

      aanvaarten
    • aanvaren

      Verbo/'anvarən; 'anvarə/

      infinitief

      aanvaren

      tegenwoordige tijd

      vaar aanaanvaarvaart aanaanvaartvaren aanaanvaren

      verleden tijd

      voer aanaanvoervoeren aanaanvoeren

      tegenwoordig deelwoord

      aanvarendaanvarende

    Crea una cuenta gratuita para generar la entrada completa de esta palabra.

    Gratis. Sin contrasena.

    Sigue aprendiendo