NEDERLANDS
🇪🇸

    Aanvoer

    B2uncommonZipf 2.7

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord; werkwoord

    • de aanvoer

      Sustantivo/'anvur/

      enkelvoud

      aanvoer

      meervoud

      aanvoeren
    • aanvaren

      Verbo/'anvarən; 'anvarə/

      infinitief

      aanvaren

      tegenwoordige tijd

      vaar aanaanvaarvaart aanaanvaartvaren aanaanvaren

      verleden tijd

      voer aanaanvoervoeren aanaanvoeren

      tegenwoordig deelwoord

      aanvarendaanvarende
    • aanvoeren

      Verbo/'anvurən; 'anvurə/

      infinitief

      aanvoeren

      tegenwoordige tijd

      voer aanaanvoervoert aanaanvoertvoeren aanaanvoeren

      verleden tijd

      voerde aanaanvoerdevoerden aanaanvoerden

      tegenwoordig deelwoord

      aanvoerendaanvoerende

    Crea una cuenta gratuita para generar la entrada completa de esta palabra.

    Gratis. Sin contrasena.