Afdoen
afdoen
Verbouittrekken of verwijderen; ook: afhandelen of neerbuigend beoordelen
kleding
Een kledingstuk of accessoire van je lichaam halen.
Zij doet haar jas af.
afhandelen
Een taak, zaak of vraag klaarmaken of beëindigen.
We moeten deze zaak vandaag afdoen.
afdoen als
Zeggen dat iets of iemand niet belangrijk is; iets neerbuigend noemen.
Hij deed haar probleem af als onbelangrijk.
jas afdoenhoed afdoenschoenen afdoeneen zaak afdoeniemand afdoen als