NEDERLANDS
🇪🇸

    Afgeleerd

    uncommonZipf 2.4

    werkwoord

    • afleren

      Verbo/'ɑflerən; 'ɑflerə/

      infinitief

      afleren

      tegenwoordige tijd

      leer afafleerleert afafleertleren afafleren

      verleden tijd

      leerde afafleerdeleerden afafleerden

      tegenwoordig deelwoord

      aflerendaflerende

    Crea una cuenta gratuita para generar la entrada completa de esta palabra.

    Gratis. Sin contrasena.

    Sigue aprendiendo