NEDERLANDS
🇪🇸

    Afvloeien

    uncommonZipf 2.5

    weggaan; wegvloeien; met vloeipapier bestrijken

    • afvloeien

      Verbo/'ɑflujən; 'ɑflujə/

      weggaan; wegvloeien

      infinitief

      afvloeien

      tegenwoordige tijd

      vloei afafvloeivloeit afafvloeitvloeien afafvloeien

      verleden tijd

      vloeide afafvloeidevloeiden afafvloeiden

      tegenwoordig deelwoord

      afvloeiendafvloeiende
    • afvloeien

      Verbo/'ɑflujən; 'ɑflujə/

      met vloeipapier bestrijken

      infinitief

      afvloeien

      tegenwoordige tijd

      vloei afafvloeivloeit afafvloeitvloeien afafvloeien

      verleden tijd

      vloeide afafvloeidevloeiden afafvloeiden

      tegenwoordig deelwoord

      afvloeiendafvloeiende

    Crea una cuenta gratuita para generar la entrada completa de esta palabra.

    Gratis. Sin contrasena.

    Sigue aprendiendo