Afwas
afwassen
Verbovaat schoonmaken met water
- de vuile vaat schoonmaken met water en zeepWij wassen samen de vaat af na het eten.
- iets schoonmaken door het met water af te spoelenWas even je handen af voor we gaan eten.
deafwas
Sustantivovuile vaat na eten
- de vuile vaat die nog schoongemaakt moet wordenIk haat de afwas, gelukkig hebben we een vaatwasser.