Beheersing
debeheersing
Sustantivovaardigheid of controle; het onder controle hebben
vaardigheid
Het vermogen om iets goed te kunnen doen; kennis en kunde over een onderwerp of techniek.
De beheersing van het Engels door de leerling is zichtbaar verbeterd.
zelfbeheersing
Het vermogen om emoties, reacties of gedrag onder controle te houden; niet impulsief reageren.
Hij verloor de beheersing en schreeuwde tegen zijn collega.
taalbeheersingbeheersing vanverlies van beheersingbeheersing bewarenbeheersing verliezen