Bek
bekken
Verbosnauwen of lekker klinken
- Boos en kort tegen iemand spreken; snauwen.Mijn collega bekte gisteren flink tegen de klant aan de balie.
- Prettig in de mond liggen en lekker klinken, vaak in de uitdrukking 'lekker bekken'.Die zin bekt in het Engels veel beter dan in het Nederlands.
debek
Sustantivomond van een dier
- De mond van een dier, vaak met tanden, een snavel of een snuit.De kat sleepte de muis aan haar bek de keuken in.
- Informele en grove benaming voor de mond van een mens.Doe je bek open en vertel eindelijk wat er is gebeurd.