NEDERLANDS
🇪🇸
  • Beroerd
    Adjetivoniet goed in slechte toestand van
  • Beroeren
    Verboiemand of iets raken lichamelijk of

Beroerd

  • beroerd

    Adjetivo

    niet goed; in slechte toestand; van streek

    1. gezondheid

      Je voelt je lichamelijk niet goed: ziek, misselijk of zwak.

      Ik voel me al de hele dag beroerd.

    2. toestand/kwaliteit

      Iets is in een slechte of ongunstige staat; het gaat slecht.

      De economie ziet er beroerd uit.

    3. gevoel/emotie

      Je bent verdrietig of van streek door iets wat is gebeurd.

      Na het nieuws was ze erg beroerd.

    zich beroerd voeleneen beroerde dagberoerde omstandighedenhet gaat beroerdberoerde resultaten
  • beroeren

    Verbo

    iemand of iets raken, lichamelijk of emotioneel

    1. emotioneel raken

      Iets brengt sterke gevoelens teweeg bij iemand; iemand wordt geraakt of ontroerd.

      Het lied beroerde het publiek tot tranen.

    2. aanraken (fysiek)

      Met de hand of een voorwerp iets kort aanraken.

      De dokter beroerde voorzichtig de wond.

    3. onrust veroorzaken

      Iets zorgt voor opschudding of discussie bij mensen; het beroert de gemoederen.

      De nieuwe maatregel beroert nog steeds de gemoederen in het dorp.

    diep beroerenzacht beroerende gemoederen beroereneen snaar beroereniemand beroeren

Sigue aprendiendo