Bewijs
hetbewijs
Sustantivobewijsstuk of argument
- feit of document dat aantoont dat iets waar of juist isDit document bewijst dat ik de eigenaar van het huis ben.
- teken of aanwijzing dat iets bestaat of gebeurd isDe modderige voetstappen op de vloer waren een duidelijke aanwijzing dat iemand binnen was geweest.
- wiskundige of logische redenering die de juistheid van een stelling aantoontDeze redenering toont aan dat de stelling klopt.
bewijzen
Verboaantonen of tonen
- aantonen dat iets waar of juist is door feiten of argumenten te gevenDe leraar kan aantonen dat de aarde rond is met een globe.
- laten zien dat je bepaalde eigenschappen of vaardigheden hebtHij toont veel geduld met de kinderen.
- iets concreets overleggen als bewijs van iets andersIk moet mijn paspoort overleggen bij de balie.
- iets terugdoen voor een bewezen dienst of gunstIk voel veel dankbaarheid voor mijn ouders.