NEDERLANDS
🇪🇸

    Bles

    uncommonZipf 2.1

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de bles

      Sustantivo/'blɛs/

      enkelvoud

      blesblesje

      meervoud

      blessenblesjes
    • blessen

      Verbo/'blɛsən; 'blɛsə/

      infinitief

      blessen

      tegenwoordige tijd

      blesblestblessen

      verleden tijd

      blesteblesten

      tegenwoordig deelwoord

      blessendblessende

    Crea una cuenta gratuita para generar la entrada completa de esta palabra.

    Gratis. Sin contrasena.

    Sigue aprendiendo